A-formaten
Formaten die zijn vastgelegd in de Deutsche Industrienorm (DIN), zoals: A4 (297 x 210 mm), A5 (210 x 148 mm), A6 (148 x 105 mm) en A7 (105 x 74 mm).
Achterplat
Deel van het omslag dat de achterkant van een boek of brochure vormt, gescheiden van de andere delen door middel van een vouw of ril.
Afloop
Beeld (normaal gesproken 3 mm) dat buiten het netto paginaformaat doorloopt op het drukvel. Dit om te voorkomen dat bij kleine afwijkingen bij het schoonsnijden van drukwerk lelijke witte randjes aan de snijzijde ontstaan.
Anti-alias
Hiermee krijgt bitmap tekst of beeld een gladdere rand, doordat langs die rand een deel van de pixels wordt ingevuld, zodat deze halfdoorzichtig worden.
Bestandsformaat
De manier waarop een computerbestand is opgebouwd en bewaard. Bijna ieder computerprogramma heeft een eigen bestandsformaat, dat herkenbaar is door de extensie (laatste drie of meer tekens achter de punt). Enkele van de bekendste extensies zijn: txt, rtf, eps, wmf, gif, tiff en jpg. Ieder bestandsformaat heeft zijn specifieke toepassingen.
Bitmap
Gedigitaliseerd in puntjes (bits), in zwart-wit of kleur.
Bladspiegel
Het totale oppervlak van een schoongesneden pagina.
Bounding box
Om het logo getekende rechthoek die de minimale witruimte om het logo aangeeft en die het plaatsen van het logo vereenvoudigt.
Cmyk-waarden
De waarden die bij full-colour drukwerk de samenstelling van een kleur weergeven.
Kleuren zijn hierbij opgebouwd uit percentages van cyan (c), magenta (m), yellow (y) en zwart (k).
Corps
Lettergrootte, meestal uitgedrukt in de typografische maateenheid ‘punt’.
Digitaal drukken
Wijze van drukken zonder drukplaten (zie ‘offset’). De machine wordt digitaal, direct vanuit een computerbestand aangestuurd.
Duotone
Afbeelding opgebouwd uit twee verschillende kleuren op basis van één monochroom origineel. De twee kleuren kunnen ieder een verschillende grijswaardenopbouw hebben.
Duplex
Afbeelding opgebouwd uit twee verschillende tonen van één kleur op basis van één monochroom origineel. De twee tonen kunnen ieder een verschillende grijswaardenopbouw hebben.
Font
Complete karakterset (letters, cijfers, leestekens, enzovoort) van een lettertype om tekst mee te zetten.
Full-colour
Drukwerk met opbouw in cmyk-waarden.
Gestreken papier
Glad papier, dat door een bepaalde bewerking zijdeglanzend of hoogglanzend is.
Grid
Netwerk van horizontale en verticale lijnen op vaste onderlinge afstanden.
High-end
Van hoge professionele kwaliteit.
Hoogdruk
Drukprocédé waarbij de drukvorm hoogteverschillen heeft; de verhoogde delen nemen inkt aan, de overige delen niet.
Hoogglans MC
Zogenaamd ‘machine coated’ papier, dat een zeer hoge glans heeft.
Interlinie
De extra ruimte tussen twee regels, meestal uitgedrukt in de typografische maateenheid ‘punt’. Bij corps 10 op 12 is de lettergrootte 10 punt, de interlinie 2 punt en het regeltransport 12 punt.
Kapitaal
Hoofdletter.
Kleinkapitaal
Een speciaal getekende set karakters (hoofdletters) die dezelfde hoogte hebben als de onderkast (kleine) letters, en in dikte hierbij aansluiten.
Kunstdrukpapier
Zeer hoogwaardige, gladde papiersoort.
Laminaat
Op het drukwerk aangebrachte kunststof laag.
Logo
Merk(teken) waarin het woordbeeld gecombineerd wordt met het (illustratieve) beeld. Oorspronkelijk was een logo alleen het woordmerk (‘logos’ = woord).
Medieval
Medieval cijfers zijn cijfers die gelijk lopen met onderkast (kleine) letters. Ze hebben stokken en staarten en zijn in tegenstelling tot tabelcijfers meestal niet even breed en dus minder geschikt om tabellen mee te zetten.
Monochroom
Éénkleurig.
Numbersign
Officiële benaming voor de aanslag die in de volksmond ‘hekje’ heet.
Offset
Lithografisch drukprocédé (ook vlakdruk genaamd) waarbij sommige delen van de vlakke drukvorm vocht aannemen en andere inkt.
Ongestreken papier
Enigszins ruw papier, zonder glans.
Pantone®
Pantone® is een geregistreerd merk van Pantone Inc. en staat voor een gestandariseerd kleursysteem – voor drukwerk – gebaseerd op acht uitgangskleuren alsmede zwart en wit. De oude afkorting PMS (Pantone Matching System) wordt doorgaans nog veel gebruikt.
Papierformaten
Papierformaten zijn internationaal gestandaardiseerd. De zogenaamde A-formaten zijn de meest toegepaste. Voor enveloppen wordt vaak gebruikgemaakt van de EA-reeks, bijvoorbeeld: EA5/6 (110 x 220 mm) en EA5 (156 x 220 mm).
PDF
Afkorting van Portable Document Format. Bestandsformaat van Adobe Acrobat, ontwikkeld met de bedoeling een platvorm-onafhankelijk standaardformaat voor documenten te krijgen.
Regeltransport
De afstand van onderkant x tot onderkant x van de volgende regel.
RGB
Deze afkorting staat voor rood, groen en blauw; de kleuren die samen ‘wit licht’ vormen. De term wordt gebruikt om kleurcoderingen voor bijvoorbeeld beeldschermtoepassingen aan te geven.
Ril
Mechanisch aangebrachte vouwlijn.
Schoonsnijden
Het op de uiteindelijke maat snijden van drukwerk, na het drukken en vernissen.
Schreef
Het horizontale streepje dat de uitlopers van sommige drukletters kenmerkt.
Schreefloos
Zonder schreven (zie ‘schreef’). Bij scheefloze letters is de vorm van een letter doorgaans (ogenschijnlijk) overal even dik.
Schrijfwijze
Speciaal ontworpen woordmerk bestaande uit (specifiek aangepaste) typografie.
Selfcover brochure
Brochure waarvan omslag en binnenwerk op hetzelfde papier gedrukt zijn.
Snijplotter
Een apparaat waarin een door de computer aangestuurd snijmes een vorm kan uitsnijden.
Spatiëring
De afstelling van de afstand tussen letters in een tekst.
Spotvernis
Plaatselijk aangebrachte vernis.
Steunkleur
Bij drukwerk een extra Pantone-kleur naast zwart of full-colour. Zelfs als zwart of full-colour een ondergeschikte rol speelt wordt de kleur nog steeds de ‘steunkleur’ genoemd.
Stockfotografie
Reeds bestaande fotografie, op voorraad gehouden bij een fotoagentschap (stockbureau).
Stramien
Stelsel van gridlijnen en eventueel grafische en/of typografische vormen dat een bladspiegel indeelt.
Trapping
Kleuroverlap. Bij veel druktechnieken is het noodzakelijk dat verschillende kleurvormen elkaar overlappen om zodoende kleine pasverschillen bij het drukken op te vangen.
UV-lak
Transparante kunststoflak, gebruikt als afwerking voor drukwerk.
Vernis
Gewone, transparante lak voor de afwerking en bescherming van drukwerk, glanzend of mat.
Voordruk
Bestaand drukwerk, waaraan later elementen toegevoegd worden (bijvoorbeeld tekst), eventueel in een andere techniek. Bijvoorbeeld drukwerk in hoogwaardig offset met latere toevoegingen via de laserprinter.
Voorplat
Deel van het omslag dat de voorkant van een boek of brochure vormt, gescheiden van de andere delen door middel van een vouw of ril.
Vormentaal
Het geheel van genormeerde beeldende vormen binnen een huisstijl.
Zeefdruk
Drukprocédé waarbij inkt met behulp van een rakel door een zeef heen op het uiteindelijke materiaal wordt aangebracht. De zeef bevat de drukvorm – sommige delen laten inkt door, andere delen niet.
Zetspiegel
Het vlak binnen de bladspiegel waarbinnen zich alle tekst (het zetsel) bevindt.